
De volgende ochtend klokslag 08.00 is het zover. De enorme vrachtwagen met al onze spullen staat voor de deur. Drie grote Rotterdammers staan na de rondleiding door het huis een bakje koffie te drinken. “Nou meneer, ik snap wel dat u hier wilt wonen“. Fijn, dat soort bevestiging. Ondanks mijn goede zin gisteravond had ik toch niet echt heel fijn geslapen in het prinsessebed van Noor. Draaien, piekeren, te warm, te koud, de geluiden van een nieuw huis, komt alles wel goed…
Wat is het dan fijn om een stel van die grote kerels te hebben die je fluitend al het zware werk uit handen nemen. Na een half uurtje worden ze nog versterkt door 3 Belgische collega’s, waarvan 1 strak franstalig blijkt te zijn, maar daarom niet minder vriendelijk. Met zijn zessen gaan ze aan de slag. Ik positioneer mezelf in de woonkamer en sleutel wat stoelen in elkaar. Af en toe hebben ze een vraagje, maar eigenlijk regelt alles zichzelf. Alle meubels worden weer in elkaar gezet, alle dozen komen in de juiste kamers terecht, de terrassen worden neergezet, onze olijfboom wordt verpot, de kledingkast wordt weer ingeruimd. Helemaal top. En met zijn allen zijn ze voor half twee klaar. “Alles goed zo? Mooi! Als u dan hier nog even wilt tekenen voor goed gedrag…“
Als Syl aankomt met Noor kunnen ze hun ogen niet geloven. Alles is al klaar! Nou ja, het hele huis staat vol met dozen, maar in onze nieuwe huiskamer vallen twaalf dozen in een hoekje nauwelijks op. Noor gaat op ontdekkingstocht door het huis. Syl slaakt kreten van geluk bij het zien van onze volledig gemonteerde en ingeruimde slaapkamerkast. Buiten op het terras is het lekker weer, het zonlicht stroomt de grote ramen van onze huiskamer binnen. Ik vraag me af in welke dozen de drie draadloze netwerkkaarten van mijn computers in godsnaam zitten. Het begint langzaam door te dringen, we zijn verhuisd…

No comments yet
Feed met reacties voor dit artikel